willemijn

 

Terwijl iedereen zijn koffer al gepakt heeft en het een dagje rustig aan doet in Boekarest moet ik vandaag aan de bak. Samen met Renee en Claudia neem ik in alle vroegte de trein naar Brasov waar ik een afspraak heb met Mircea Samoila (30), chief editor van het project Voices of the World. Brasov ligt vrij hoog in de Karpaten, wat betekent dat een stuk kouder is dan in Boekarest. Daar had ik niet helemaal op gerekend, dus maakte ik gisteren nog snel gebruik van dit uiterst bruikbare excuus om een warme trui te shoppen. Op en top voorbereid dus.

Na een treinreis van 3 uur stappen we uit: brr. Gelukkig heb ik een warme trui! We zijn iets te vroeg voor onze afspraken dus Claudia geeft ons nog een turbo-tour door het centrum. Mooie steden in Roemenië, ze bestaan dus wel! Wat een verschil met Boekarest. Brasov is een schattig historisch bergenstadje met mooie gebouwen en gezellige winkelstraten (iets dat in Boekarest niet bestaat, daar hebben ze tl-verlichte malls). De omringende bergen maken het plaatje helemaal af. Ik ben nog nooit in de herfst in een berggebied geweest en word nu overweldigd door de groen-geel-rode bomenzee op de bergruggen.

Voices of the World
Na een flintertje van de stad te hebben gezien moeten we aan het werk. Ik vertrek naar het kantoor van Projects Abroad, de internationale organisatie waaronder Voices of the World valt. Ik kom binnen en vind het meteen gezellig. Ik spreek kort met Mircea over het project voordat zijn studenten binnenkomen. Elke vrijdag geeft Mircea journalistiek workshops aan een clubje enthousiaste middelbare scholieren. Vandaag ben ik onderdeel van de workshop. Ik mag de studenten interviewen waarna zij commentaar moeten geven op mijn interview-skills. Great. Gelukkig is het een heel gezellig gesprek, waarbij we Mircea wegsturen (hoe kom je ander aan quotes als “I like him very much, because he has beautiful blue eyes”). Ik slaag voor de test: ze voelden zich comfortabel, belangrijk en vonden dat ik goede vragen stelde. Pfieuw. Na de workshops interview ik Mircea nog verder voor mijn interview. Hij zegt het belangrijk te vinden dat jongeren een eigen mening hebben en met de overtuiging leven dat ze iets kunnen bijdragen aan de samenleving. Dat ontbreekt er namelijk aan bij zijn generatie. “Hoewel wij het communisme niet meer meegemaakt hebben leven we nog wel met het idee dat er van alles mis is in ons land, maar dat wij daar toch niets aan kunnen doen. Jongeren van een jaar of 17 hebben een frissere blik, zitten niet meer in die negatieve gedachte en hebben vaak hele goede ideeën en voeren die ook uit. Dat help ik graag bevorderen!”

Na het interview doe ik aan speed-eten omdat we de trein moeten halen. Ik vind het jammer dat ik maar 1 dag in Brasov ben geweest, ik had graag meer van de stad willen zien, en ook met de kabelbaan naar boven willen gaan om het skidorpje en het uitzicht te bewonderen. Maar helaas, ik zal een andere keer terug moeten komen.

 

 

Verhalen liggen op straat, of de straat nou met asfalt of blubber bedekt is. Het nadeel van journalist in een vreemd land zijn is dat je de talloze bordjes, briefjes, neonletters en stoepkrijtgeschriften op straat niet kan lezen. Het schrift is een van de meest gebruikte uitvinden ooit en ook in Boekarest wordt hier gretig gebruik van gemaakt. Menukaarten of scherpe aanbiedingen op borden op de stoep, rebelse boodschappen in graffiti op elke beschikbare muur en de borden in het verkeer: allemaal voorbeelden van Roemeense geschreven teksten op straat. Maar ik spreek geen Roemeens en dus loop ik al deze informatie voorbij. En dat is jammer want zo loop ik ongetwijfeld een enorm percentage van de verhalen op straat mis. Zoals het verhaal van de ‘Partisserie voor de gepensioneerden’.

Elke ochtend hebben we om ’9 uur sharp’ redactievergadering in de ‘conference-room’ van het hotel. Voorbeeldige studenten als we zijn zitten we vaak ruim vóór tijd al met zijn allen te popelen. Met fris gewassen haren, schriftje en pen wordt er gretig naar de planning van de dag geluisterd en bespreken we uiterst geconcentreerd elkaars ideeën, waarbij we elkaar van enorm bruikbare tips voorzien. Enfin, Claudia, de enige Roemeense onder ons en ervaren journalist in Roemenië helpt ons bij het bijhouden van de Roemeense nieuwsagenda en houdt in de gaten of er nog interessante media-evenementen als persconferenties te doen zijn die dag. Gisterochtend kwam ze echter met iets heel anders. Ook Claudia is zich bewust van het feit dat de verhalen op straat liggen. Zij kan natuurlijk wel alle Roemeense boodschappen op straat lezen en houdt haar ogen goed open. Zo werd haar aandacht getrokken door een piepklein bakkerijtje op steenworp afstand van ons hotel. Op een kartonnen bordje staat met enigszins bibberige letters: ‘Patisserie voor de gepensioneerden’. Hiernaast hangt een ander bordje met een soort eigen versie van de tien geboden zoals: ‘u moet niet discrimineren, u moet niet lui zijn en u moet liefhebben.’

Renée heeft zelf in een bakkerij gewoond en haar aandacht werd dan ook meteen getrokken door dit ‘potentiële verhaal op straat’. Ook ik was erg nieuwsgierig naar dit geheimzinnige bakkerijtje en besluit mee te gaan met haar en Claudia bij de ontrafeling van het mysterie. Bij het bakkerijtje treffen we een oude dame achter de toonbank. Claudia babbelt met haar in het Roemeens. Ze vertelt dat Renée geïnteresseerd is om het bakkerijtje te filmen en het verhaal achter de geheimzinnige borden graag wil weten. Het vrouwtje is ontroerd door onze interesse. Ze vertelt Claudia dat ze het heel lief van ons vindt dat we naar haar vragen maar dat ze te oud is voor een interview op camera. Ze vertelt Claudia wel waar de boodschappen op de bordjes op slaan. Claudia heeft de tekst verkeerd geinterpreteerd. Er staat ‘Partisserie VAN de gepensioneerden’. Het bakkersvrouwtje is met pensioen maar kan van het schamele bedrag per maand niet leven. Daarom heeft ze met haar man dit bakkerijtje. Om de onvrede over het systeem te tonen hangt het bord elke dag buiten zodat iedereen kan zien dat de mensen die hier werken eigenlijk van hun pensioen zouden moeten kunnen genieten. De lijst met geboden heeft het echtpaar gemaakt in hun poging om de maatschappij wat vriendelijker en positiever te maken. Aan het eind van de uitleg heeft de vrouw tranen in haar ogen en bedankt ze ons voor het feit dat we haar hebben opgemerkt en haar vragen naar haar verhaal. Ze wil graag verbetering in het land, maar is zelf te oud om het te verwezenlijken.

Hoewel we met het verhaal niks kunnen doen omdat de vrouw niet geïnterviewd wil worden, hebben we wel weer een boeiend en aangrijpend verhaal gehoord. En dat alleen maar door een stuk kartonnen doos met een mysterieuze handgeschreven tekst. Verhalen liggen op straat.

 

Dit is een veelgebruikte zin in Roemeense gezinnen om de kinderen stil te krijgen. Niet echt pedagogisch verantwoord, maar wel effectief. Want de zigeuners in het land, Roma, hebben in Roemenië geen beste reputatie: ze zijn werkloos, lui en  crimineel. Het beeld dat de Roemenen van ze hebben is eenzijdig en stereotiep. Aan hun donkere huid zijn de Roma goed te herkennen, wat de discriminatie jegens deze groep vergemakkelijkt. Roma kunnen vaak geen baan vinden, zijn erg arm en wonen in verpauperde flats of wat ooit tijdelijke sociale woningen waren. Kortgezegd: de ghetto. De kinderen gaan niet, of te kort naar school.  Veel Roma schuiven de schuld van hun barre levensomstandigheden op de regering en ze klagen dat de overheid er niets aan doet. Volgens sociaal hulpverlener Dorian Ilie moeten de Roma bewust worden van hun eigen rol in het verbeteren van hun positie.

Dorian Ilie werkt voor The Alternative Education Club in de armste buurt van Boekarest. The Alternative Education Club is een jaar geleden opgericht om Roma kinderen een kans te geven op een mooie toekomst. Kinderen uit de buurt, waaronder veel Roma, krijgen op deze Club bijles en andere naschoolse activiteiten zoals theater, dans en knutselen. Het gebouw is waarschijnlijk het mooiste gebouw in de hele buurt. Om het schoolgebouw heen staan afgeragde schuurtjes, treurige woningen en verderop de grauwe, afbrokkelende flats. Eenmaal in de school is de omgeving verbazingwekkend snel vergeten. Het gebouw is weinig anders dan een Nederlandse school. Het is er ruim, met verschillende lokalen voor de lessen en een gymzaal.

Problemen
Voor mij is het makkelijk om de troosteloze buurt achter me te laten als ik eenmaal binnen ben in deze positieve omgeving. De kinderen zijn er niet anders dan alle kinderen die ik heb gezien. Ze zijn vrolijk, nieuwsgierig en speels. Maar het zou naïef zijn om aan de hand van een mooi gebouw en vrolijke lessen aan te nemen dat het goed gaat met de kinderen. De Club biedt de kinderen psychologische hulp voor de grote problemen waar ze vaak nu al mee te maken hebben. Hun ouders zitten in de gevangenis, ze zijn misbruikt en of er zijn problemen tussen de ouders. Het is uiteraard onmogelijk om de kinderen te helpen zonder medewerking van de ouders. Elke vrijdag hebben de leerkrachten gesprekken met de moeders van de kinderen om over hun voortgang en hun persoonlijke situatie te praten. Volgens Dorian kostte het in het begin veel moeite om het vertrouwen van de ouders te winnen. Nu het project een goed jaar loopt zijn er echter steeds meer aanmeldingen.

Eigen verantwoordelijkheid
Dorian Ilie werkt nu een jaar voor de Alternative Education Club. Hij geeft toe dat ook hij is opgevoed met het idee dat Roma niets anders dan tuig zijn. Zelf kwam hij op dit idee terug in zijn middelbare school periode. “Op een gegeven moment kwam ik tot de conclusie dat iedereen die steelt gestraft moet worden, dat heeft niets met afkomst of huidskleur te maken.” In de Education Club wordt daarom ook veel aandacht besteedt aan de discriminatie en het respect voor Roma als waardige burgers. Maar ook de Roma zelf moeten volgens Dorian hun ontevredenheid en verwachtingen bijstellen. “Veel Roma geven de overheid de schuld van hun situatie en blijven herhalen dat de overheid hun woningen moet opknappen en voor banen moet zorgen. Ze moeten zich bewust worden van hun eigen rol in het verbeteren van hun positie. Dit probleem is niet de schuld van één partij, dus kan ook niet opgelost worden door één partij. De Roma moeten zelf ook de armen uit de mouwen steken en goede wil tonen. Alleen door de handen ineen te slaan zal er verbetering optreden.”

 

 

Vandaag stond een bezoek aan de Roemeense publieke televisieomroep op het programma. Aangezien dit niet de eerste keer was dat ik in een omroepgebouw op bezoek was, was het vrij lastig om nog concentratie op te brengen voor dezelfde vergaderruimtes, studio’s en regiekamers dan die in Nederland en Londen. Bij het bekijken van alle journalisten in de redactieruimte (het gebouw is eigenlijk net een dierentuin tijdens zo’n tour), kwam er een journaliste naar ons toe die net terug gekeerd is uit Nederland. Ze was in Nederland om items te maken over de recente ontwikkelingen tussen Roemenië en Nederland, met betrekking tot het Schengenverdrag.

Voor degene die niet weet wat er momenteel speelt tussen deze twee landen en korte update. In 2007 is Roemenië toegetreden tot de EU, maar nog niet tot het Schengen-gebied, de Europese landen waartussen vrij gereisd kan worden. De Europese Unie heeft een aantal eisen opgesteld waaraan Roemenië, evenals buurland Bulgarije, aan moet voldoen willen de landen zich kunnen aansluiten bij Schengen. Hoewel Roemenië inmiddels aan die gestelde eisen voldoet, houdt onder andere onze minister van Binnenlandse Zaken toetreding van Roemenië tot Schengen tegen. Als reden hiervoor geeft hij op dat de corruptie en criminaliteit verder teruggedrongen moeten worden voordat de Europese burgers er genoeg vertrouwen in hebben om Roemenië in de armen te sluiten. Hij maakte deze beslissing onder andere nadat de PVV de minister heeft opgeroepen de toetreding tegen te houden. Roemenië is uiteraard niet blij met deze beslissing, aangezien zij het gevoel hebben aan alle verplichtingen te hebben voldaan.

Onwetendheid
De journaliste van TVR die ik sprak is naar Nederland gegaan om onder andere minister Leers te interviewen. Helaas heeft zij hem niet te pakken kunnen krijgen voor commentaar. Verder heeft ze nog zakenlieden, investeerders en gewone burgers in Nederland de kwestie voorgelegd. Vooral de zakenlieden zijn het er niet mee eens dat de toetreding tegen wordt gehouden. “Uiteindelijk profiteert Nederland er ook van als de grenzen worden open gesteld, Nederlandse ondernemers en investeerders krijgen een geheel nieuwe markt tot hun beschikking.” Ik leg de journaliste een vraag voor die veel Nederlanders zullen hebben, maar die volgens haar totaal niet aan de orde is. “Komen als Roemenen vrij kunnen reizen straks alle Roemenen, in navolging van de Polen, naar Nederland voor werk?” Volgens de journaliste is daar helemaal geen sprake van. “Roemenen zullen er helemaal niet voor kiezen om in Nederland werk te zoeken. De taalbarriere is te groot. Roemenen zitten al met grote getalen in Spanje en Italië, omdat ze deze taal veel sneller kunnen leren.” Roemeens is inderdaad een Romaanse taal, net als het Spaans, Italiaans en Frans en inburgeren in een Germaans land is veel moeilijker dan in een land waar de taal veel lijkt op het Roemeens. “Bovendien zijn de Roemenen, zoals veel onwetenden denken, niet allemaal criminelen en overlast veroorzakende werklozen. Deze reputatie hebben ze vanwege de Roma, die in heel Europa een probleem zijn en vaak niet eens afkomstig zijn uit Roemenië. Veel Roemenen die geëmigreerd zijn spreken de nieuwe taal en wonen en werken gewoon in het buitenland.” Het lijkt er dus op dat de o zo populaire “immigratiekaart” die Wilders zo graag uitspeelt hier helemaal niet opgaat.

Ik vraag me ten slotte af of minister Leers en de PVV niet een punt hebben met betrekking tot de corruptie in Roemenië. “Natuurlijk, daar moet zeker iets aan gedaan worden, dat zullen maar weinig Roemenen ontkennen. Maar wij voldoen nu aan de eisen van de EU, wij houden ons aan de afspraak. Volgens veel Roemenen is het tijd voor de EU om hetzelfde te doen.”

 

“EUROPE? NO! COMMUNISM: YES, AMERICA: YES, AMERICA STRONG! EUROPE DEAD IN TWO YEARS!”
Voor de lezer die een rustige, inleidende introductie van mij gewend is en nu schrikt van deze verbale agressiviteit: stel je even voor dat je nietsvermoedend een taxi instapt en dit de hele rit lang in je oor geschreeuwd krijgt. 

Zoals in al verschillende blogs op deze site is te lezen is het nemen van een taxi in Boekarest een zorgvuldig werkje. Ik wil niet in vooroordelen vallen, maar taxichauffeurs over de hele wereld hebben toch niet zo’n beste reputatie. Ze hebben er nogal het handje van onschuldige toeristen in de val te lokken met torenhoge tarieven, stiekem acht blokjes om te rijden en nooit wisselgeld te hebben zodat je uiteindelijk toch vier keer teveel betaalt. In Boekarest is dit niet anders. Eerlijk gezegd geef ik ze geen ongelijk, taxichauffeurs hier verdienen weinig. De benzineprijs voor een liter Euro95 is hier 5,4 lei, omgerekend 1,26 euro. De kilometerprijs voor een taxirit is 1,39 lei, 32 eurocent. Een simpele rekensom leert dat er niet veel winst te behalen is voor de taxichauffeur. De chauffeur van onze taxi vanmiddag was tot dezelfde conclusie gekomen.

Duidelijke taal
Het zoeken van een betrouwbare taxi is niet zo heel moeilijk als je weet waar je op moet letten: het tarief staat gewoon op de auto. Als Laura en ik ‘s middags na een interview terug moeten naar het hotel zien we al gauw een taxi met het goedkope en juiste tarief, 1,39 lei. We vragen de chauffeur voor de zekerheid of hij inderdaad het juiste tarief hanteert. Dit is voor de beste man het startsein om ons zijn visie op het huidige systeem in Roemenië eens even heel duidelijk te maken. Zodra we goed en wel gesetteld zijn op de achterbank begint het relaas. In een mix van Engels en Roemeens waarvan de essentie heel duidelijk is (mede door het volume en de driftige handgebaren), begint hij zijn preek. Het begint bij het tarief waar hij zich noodgedwongen aan moet houden van zijn maatschappij. “In de tijd van Ceausescu was benzine veel goedkoper zodat we meer winst maakten!” Dat de bevolking op ‘benzine-rantsoen’ was gezet en alleen op de bon benzine kon krijgen is de man duidelijk vergeten of hij heeft er misschien zelf geen last van gehad. Laura en ik zitten verschrikt tegen de bankleuning gedrukt en knikken heftig mee: het lijkt ons het beste om het maar gewoon met de man eens te zijn. We proberen de techniek “gewoon stug Nederlands praten zodat de chauffeur misschien doorheeft dat we in gesprek zijn”, maar dat werkt niet al te best. De man schreeuwt er gewoon overheen. Het volgende frustratiepunt is de werkloosheid van Roemenië, ook dat bestond niet ten tijden van het communisme. Vervolgens schuift hij het hele probleem af op Europa met zijn stomme regeltjes. “Mark my words: het zal snel afgelopen zijn met Europa! Nee, dan Amerika, Amerika is goed, Amerika is sterk.” Ehm, welke krant leest hij?, vraag ik me af.

Laura en ik zijn een beetje flabbergasted door deze rit, maar uiteindelijk bereiken we gewoon onze bestemming. De teller geeft 6,34 lei aan, 1,47 euro. Sterkt de behoefte een goede daad te doen geven we de man 20 lei, ervan uitgaande dat dat zijn bedoeling was van de preek. Maar hij ziet het niet eens, het feit dat we uitstappen betekent voor hem zijn laatste kans om zijn verhaal nog eens extra luidruchtig samen te vatten. Uiteindelijk gooien de deur maar gewoon dicht en horen we zijn zoetgevooisde stem nog lang boven de motor van de auto uitkomen (de ramen waren dicht), terwijl de taxi wegrijdt.

 

De moeder van Anna

55%, zegt de ‘alcohol-meter’

Na de vrij kritische blog van gister, lijkt het bijna alsof onze ‘reisleiders’ het programma vandaag zo gemaakt hebben om precies te doen wat ik gisteren miste. Ik had het gevoel dat de echte band met Roemenië ontbrak en dat ik slechts een standaard toeristenplaatje voorgeschoteld had gekregen. Vandaag gingen we weer met het busje op pad, maar dit keer gingen we op weg naar het platteland, op zo’n twee uur van Boekarest. 

Zoals in elk land is het platteland van Roemenië zelfs niet te vergelijken met de stad. We rijden naar de kleine stad Slobozia en omgeving en in Slobozia pikken we Anna op, die onze allround gids tijdens deze tour. Vandaag is mooi weer essentieel voor een geslaagde dag, waardoor we uiteraard met 7(!) graden, windkracht 7(!) en 7(!) kubieke meter regen staan te vernikkelen op het eerste boerenerf dat we bezoeken. “Oh, het weer slaat dus echt zo snel om”, is de algemene gedachte terwijl we in ons hoofd eigenlijk nog 26 graden en zon hebben.

Zelfvoorzienend
Het weer slaagde er bijna in om het humeur van de groep in dezelfde stormachtige stemming te krijgen. Na vijf minuten driftig knikken (of was het bibberen?) bij het met een zonnetje ongetwijfeld interessante verhaal van de boer en zijn zoon drommen we snel de bus weer in. Ik voel me wat schuldig tegenover deze mensen dat we zo snel weer weggaan terwijl zij ons met zoveel enthousiasme ontvangen. Na een vluchtig bezoek aan het agrarisch museum en een traditionele boerderij in verval die ze bezig zijn op te knappen voor publiek rijden we naar een gezin in een dorpje in de buurt om te kijken hoe de mensen hier leven. Het huis ligt zoals de meeste huizen in Boekarest niet aan een van de twee snelwegen van het land zodat we hotsend en klotsend de laatste etappe afleggen. ‘Reisleidster’ Claudia vertelt ons voor we aankomen hoe er naar ons bezoek uitgekeken wordt, vooral door de kinderen. Eenmaal gesetteld op de bank met een stuk voortreffelijke cake vertelt de oudste dochter, die in groep 5 van de basisschool zit, dat ze samen met haar moeder speciaal rozen op het erf heeft gezet voor onze komst. Vincent’s Surinaamse peperkoeken hartje smelt en hij belooft bij thuiskomst meteen bloemenzaadjes op te sturen. Op het erf rondom het huis blijkt al snel hoe zelfvoorzienend de mensen hier leven. Groente en fruit wordt allemaal zelf verbouwd en van de ingrediënten van de cake die al lang en breed achter de kiezen is waren alleen de suiker en de olie gekocht. Ook wordt de oogst nooit zomaar weggegooid: de hele kelder staat volgebouwd met potten geconserveerd voedsel zoals augurken, geroosterde paprika’s, appelcompote en olijven.

Anna’s moeder
Na een ontzettend hartelijke ontvangst zijn we al snel weer op weg naar ons volgende bezoek. Anna nodigt ons uit voor een bezoek aan het huis van haar moeder. Door de moestuin komen we al snel bij een gedekte tafel met kaastaart, appeltaart en, ik zal het niet ontkennen, de zelfgebrouwen drank waar ik al die tijd naar uitgekeken heb. Het eten smaakt heerlijk en ondanks de schamele 7 graden krijg ik het na twee slokjes van de drank heerlijk warm. De kersenlikeur is eigenlijk bijna zoals thuis, slechts een paar procentjes sterker en ook de rozenlikeur smaakt bijzonder goed. De fles witte wijn die op tafel staat wordt door de bewoners eigenlijk afgeschilderd als “drank die nog niet goed genoeg aangesterkt is”, maar gaat er wat mij betreft ook wel in. Warm en blij besef ik opeens dat ik nog maar de enige ben aan de dranktafel en dat de rest met een rondleiding door het huis bezig is. Snel zet ik de achtervolging in en kom ik in de woonkamer terecht waar we de moeder van Anna ontmoeten. Anna’s moeder is 85 maar ziet er uit als een vrouwtje van 100. Ze heeft heel haar leven hard op het land gewerkt en moet nu rond zien te komen van een pensioentje van 80 euro per maand. Desalniettemin is ze nog heel kwiek en zichtbaar gelukkig dat ze ons mag ontmoeten. Als iedereen haar heeft gezoend en geknuffeld en op weg is naar de volgende kamer blijft ze met tranen in haar ogen achter, zo blij is ze dat wij langskomen. Zelf hebben we ook allemaal een behoorlijke brok in onze keel. Ik vooral omdat ik het onvoorstelbaar vind wat ons bezoek haar doet. Als Anna ons de kleden toont die haar moeder zelf weeft probeert haar moeder mij wat te vertellen. Ik ervaar voor het eerst hoe het is als je elkaar echt totaal niet verstaat. Zelfs mijn ‘beautiful’, wijzend op haar kleden snapt ze niet. Snel blader ik mijn Wat & Hoe in het Roemeens door naar de sectie ‘complimentjes’ op zoek naar een geschikt standaardzinnetje. Helaas kom ik niet veel verder dan ‘leuk skipak!’ (ce frumos costum de schi!), en dat lijkt me niet zo gepast. Uiteindelijk weet ik alleen ‘frumos’ (mooi) uit te brengen. Ik baal er van dat ik niet wat meer tegen haar kan zeggen, maar het lijkt haar niet te deren.

In de bus terug denk ik met een glimlach aan al onze ontmoetingen. Vandaag heb ik leuke mensen leren kennen en heb ik veel meer het gevoel het land te leren kennen. Doe mijn maar deze tour in de regen in plaats van een gearrangeerde citytrip in de zon.

 

Toerisme is een vreemd fenomeen. Mensen van over de hele wereld reizen naar de andere kant van de aardbol om cultuur te snuiven, interessante highlights te bezoeken en het ‘leven ze hier zo?’ gevoel te ervaren. Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling je blauw te betalen aan een reis met activiteiten die je thuis ook kan doen. Waarom zijn alle toeristische plekken dan toch overal precies hetzelfde?

Vandaag deden we met de hele groep een Boekarest-tour. Met een busje gingen we op pad en deden we een combinatie van een citytour met alle bijbehorende ‘aan uw linkerzijde ziet u…” aspecten en bezoekjes aan musea. Na eerst wat rondgereden te hebben stappen we uit in de stad om wat gebouwen en straatjes te bekijken in de stad. Na een korte wandeling komen we uit bij de Stavropoleos Church. Een klein kerkje dat maar net gered is uit de sloopgrage handen van de Ceausescu. Hieraan is goed te zien hoe de historische stad eruit gezien moet hebben voordat alles platgelegd is tijdens het communisme. Toegegeven: dit is de mooiste kerk die ik ooit heb gezien. Maar dan knaagt er toch een vrij cynische vraag: kerken heb je toch overal? Reist men daarvoor de wereld over? Nee, denk ik uiteindelijk, er moet meer zijn.

Koninklijk paleis
Na onze wandeling brengt de bus ons naar het Royal Palace, voormalig optrekje van Koning Karl Hohenzollern-Sigmaringen (nickname Carol I) en later zijn zoon Ferdinand. Platgelegd door de aardbeving in 1977 en voor de zekerheid nog meer tegen de grond gestamd door Ceausescu (uiteraard fel tegen het koningshuis). Op de funderingen is het hele paleis echter weer opgebouwd tot de oude pracht en praal: marmer, bladgoud, kroonluchters, tapijten en Koninklijke bedden. Wie er nu denkt: ‘hee, dat klinkt precies hetzelfde als Paleis Huppeldepup uit Duitsland, Frankrijk of Nederland: inderdaad, Koninklijke families waren weinig origineel en wilden elkaar vooral aftroeven met slaap- en balzalen in elkaars meest favoriete stijlen (lees: dezelfde stijlen). En dat dus zaal, na zaal, na zaal. Het enige afwijkende in het Royal Palace van de paleizen die ik al kende waren de berenvellen op de grond. Maar, zo vertelde de gids, die horen eigenlijk niet in het paleis thuis daar het de jachttrofeeën waren van Ceausescu (ja, die meneer die het paleis juist heeft platgelegd).

Next stop: het Village museum. Een openlucht museum met huisjes van hoe de mensen van vroeger tot nu op het platteland leven in Roemenië. Ook hier had ik een sterke deja-vu ervaring. Pas geleden heb ik nog een bezoek gebracht aan het Archeon in Nederland, en nog recentelijker aan het Funen Village museum in Denemarken. Heeft echt elk land zo’n nagebouwd dorpje uit het verleden? Blijkbaar. Na ons bezoek aan het Village museum stond er nog een bezoek aan een museum over het Roemeense platteland gepland, maar ik plaats daarvan maken we een rit door de communistische blokken van Roemenië. We rijden door het Boekarest van nu en door alleen maar uit het raam te kijken en te luisteren naar onze Roemeense gids kom ik meer te weten over de Roemeense mentaliteit en de mening over de hedendaagse situatie van Roemenië. Dit vind ik interessant, merk ik, maar tegelijkertijd besef ik dat dit niet een toeristisch uitstapje is dat in de Lonely Planet beschreven is.

De ultieme Roemenië-ervaring
De toeristische tour zit erop. Ik vond het leuk, maar ik heb niet net als gister op de persconferentie mijn ogen uitgekeken. Ik besef dat ik de tulpen-molen-klompen route van Boekarest heb afgelegd en bovendien heb ik alle dingen die ik heb bezichtigd in een ander land ook al ongeveer ervaren. Natuurlijk: het verhaal van het paleis hier is weer anders, het kerkje was prachtig en de huisjes in het Village Museum zijn anders dan in Nederland, maar uiteindelijk hebben die huisjes hier toch ook gewoon vier muren en een dak. Laat mij maar weer gewoon los op straat, ik plons liever tussen de Roemenen buiten de toeristische hotspots en voel me zo veel meer IN Roemenië, voor mij de ultieme Roemenië-ervaring.

 

Onder de Nederlandse vrouwelijke politici bevinden zich verschillende categorieën waar ongeveer al deze vrouwen in onder te verdelen zijn:

-       De Rita Verdonks. Robuuste, vaak ietwat vierkante vrouwen die graag een mannelijke kracht uitstralen en waarschijnlijk daarom ook         vrij mannelijk ogen.

Outfit: een mantelpak met zoveel mogelijke gelijkenissen met een mannelijk pak.
Kapsel: kort in een vastzittend model gekneed (lees: gelijmd) zodat daar in ieder geval geen kostbare tijd aan verloren gaat.
Make-up: make-up?

-       De Femke Halsema’s. Ook wel het moedertype. Rijdt in een bakfiets de kinderen naar school en komt vaak vriendelijk en zorgelijk                  over.

Outfit: vrouwelijk maar makkelijk, kinderen verzorgen staat geen kokerjurkjes of hakken toe.
Kapsel: moederlijk, een gezellige coupe.
Make-up: verhullend, die wallen van het nachtbraken door een ziek kind worden met wat foundation weggemoffeld en de mascara zorgt voor een heldere oogopslag.

-       De Mariko Peters. Het type ‘sterke vrouw’ die veel gelijkenissen vertoond met Charlie’s Angels Lucy Liu. Streng doch rechtvaardig.

Outfit: sobere, niet afleidende kleding zoals de verhullende zwarte coltrui. Ietwat saai, maar stijlvol gedragen.
Kapsel: strak, of het nou vast of los zit.
Make-up: aanwezig maar vaak hetzelfde, zonder variatie onder het motto ‘never change a winning face’.

-       De Gerda Verburgs. Enigszins wereldvreemde vrouwen afkomstig van het platteland. Hebben vaak een combinatie van een boeren- en         christelijke achtergrond. Op modevlak slaat deze categorie de plank volledig mis.

Outfit: deze dames zijn vaak aangekleed door mensen die zeggen het beter te weten. Soms is dat zo en zijn ze stijlvol aangekleed, soms is dat niet zo en lopen ze er bij als Prins Carnaval. Van beide gevallen heeft de desbetreffende dame geen flauw benul.
Kapsel: tja. Gerda Verburgs zijn graag hip maar kiezen in hun enthousiasme toch net het verkeerde kapsel bij de verkeerde kapster. Zoals een blond opkrullend kuifje bij een bruine krullenkop….
Make-up: geen, dat is maar gedoe.

Vanwaar deze uiteenzetting? Dat is even nodig voor een treffende vergelijking met de Roemeense vrouwelijke politici. De overeenkomst tussen al deze Nederlandse types is dat elke Nederlandse politica zich praktisch en functioneel kleedt. Bij de Roemeense politici is dit zeker niet het geval…

In mijn korte carrière als Roemenië journalist heb ik twee Roemeense ministers in levende lijven mogen aanschouwen. Is dat wel genoeg om Roemeense politici te vergelijken met Nederlandse? Ja, want dit is een blog. Uiteraard is mijn carrière als Roemenië journalist niet zodanig dat ik een inhoudelijke vergelijking kan maken (zelfs niet in een blog), dus ik beperk mij tot uiterlijk vertoon. En daaraan heb ik gelukkig al genoeg vergelijkingsmateriaal.

Als de gemiddelde Nederlander een foto van de Roemeense minister van Toerisme, Elena Udrea, onder zijn neus krijgt met de vraag wat deze dame is zullen de reacties variëren tussen: model, rijke erfgename, blonde bimbo, stripper of courtisane. Elena is dan ook een mooie blonde vrouw met een – voor Nederlandse begrippen – eigenzinnige stijl. Tijdens de persconferentie waar ik aanwezig was droeg zij een strak, zwart jurkje boven de knie met blote armen. Hieronder sprongen echter vooral de schoenen meteen in het oog. Ze waren knalpaars. Hoogglans. En met naaldhakken van minstens 13 centimeter, in hun hoogte ondersteund door een algehele plateauzool waar de Spice Girls jaloers op zouden zijn. Over haar schouders golfden glanzende blonde lokken en onder haar strak geëpileerde wenkbrauwen glinsterde knalpaarse oogschaduw, inderdaad matchend bij de schoenen.

De minister van Transport, die een aantal weken geleden in Rotterdam was voor een Roemenië conferentie, was wat warmer aangekleed. Logisch, daar het zo’n 10 graden kouder was in Nederland. Maar kou is natuurlijk geen excuus om geen uiterlijke trots te tonen. Hoewel ik een meter of tien van de minister vandaan zat verblindde de dame me verscheidene keren met talloze diamanten: in haar oren, om haar nek en om haar pols. Ik begon mij zelfs af te vragen waar de subsidie voor de infrastructuur werkelijk naartoe gaat. Voorbereidend op de reis is mij wel verschillende keren verteld dat materialisme grote vormen aanneemt in Roemenië, en dat zie ik dus vooral terug bij politieke figuren. Schoonheid, vrouwelijkheid en rijkdom mogen gezien worden. Of dit ook praktisch of functioneel is speelt geen rol (want waarom zou je anders ooit pumps van die hoogte aandoen?). Van alle verschillen die Roemenië heeft met Nederland, en alle contrasten in Boekarest zelf is dit in ieder geval degene die ik niet had zien aankomen. Politici zien er immers vaak hetzelfde uit, ook internationaal. Maar Roemeense politici laten zich niet leiden door het stijve voorbeeld van Hillary Clinton. Zij trekken gewoon de (stoute) schoenen van hun meisjesdroom aan.

 

Door: Renee IJzelenberg

Noapte buna! Goede nacht dus! De reis zit erop en we zijn beland in het zonovergoten Roemenie. De meter haalde vandaag de 26 graden, absoluut geen slecht begin dus.

Over het begin gesproken. Mijn reis begon vanmorgen om 06:00u. De wekker probeerde met een vrolijk deuntje mijn ogen op te krijgen, wat niet echt soepel verliep. De rest van de reis ging daar in tegen heel soepel. Connexxion, RET en NS kregen alle drie voor elkaar om op tijd te rijden. Dan kan je dag al bijna niet meer stuk!

Over de vliegreis ga ik het niet hebben want dat is standaard een vervelend onderwerp. Altijd lange rijen, zwetende mensen en controles. Niks aan dus en niet leuk om te vertellen.

Moving on..

Mijn beeld van Roemenie was eigenlijk gebaseerd op niks. Als ik aan dit deel van Europa denk, zie ik grijze en grauwe steden voor me, gesloten mensen en niet al te lekker eten.

Nou verder kun je er niet naast zitten! Al moet ik bekennen dat de communistische bouwstijl verschrikkelijk is. Je ziet hier dingen die in Nederland nooit zouden gebeuren. En dat terwijl we toch in een grote stad zitten. Zo hangen de kabels van de tramlijn los over boomstammen naar beneden, zitten er grote kuilen in de straten en loopt alles schots en scheef. Maar daarin tegen zijn de mensen vriendelijk en wat ik vanavond gegeten heb was geniaal! Als echte Hollandse aardappelfreak heb ik nog nooit zulke lekkere op als hier. En ik ben er net. Met rozemarijn en knoflook. Vooral die knoflook blijft nog wel een paar dagen hangen…. We hebben gegeten bij een typisch Roemeens restaurant, genaamd La mama. Zowel het voorgerecht (Roemeense tapas), hoofdgerecht (briljante aardappelen en vlees) en dessert (pancakes met chocolade!) ging er fantastisch in. Het etentje was dus geslaagd.

Ook verbaasde ik me erover hoe goedkoop het hier allemaal is. Mijn hoofdgerecht was omgerekend 5,00 euro! En ik liep net langs wat schoenenzaken, ze waren helaas dicht, maar zo goedkoop heb ik ze nog nooit gezien! Morgen maar eens gaan kijken..

Verder is de planning voor morgen erg rustig. Om 09:00u. hebben we een redactievergadering. En daarna kunnen we aan onze producties werken. Ik heb mijn afspraken pas op maandag en volgende week vrijdag staan dus morgen wordt het de stad verkennen.

Als je al ziet wat voor verschil deze stad heeft met een stad in Nederland ben ik erg benieuwd hoe het er op het platteland aan toe gaan. Want als ze in Boekarest al geen normale looppaden hebben, dan zeker in die dorpjes niet.

 

 

Het vliegtuig

Elke vlucht is in principe hetzelfde: een groot aantal mensen waarvan de meesten rustig op hun stoel de vlucht uitzitten. Daarbij is er ook altijd wel een klein aantal heel vervelende reizigers. Vandaag zo’n groep van het ergste soort: scholiertjes op schoolreis. Helaas zitten ze precies in het midden van het vliegtuig zodat precies iedereen er last van heeft. Ze maken lawaai, delen krentenbollen uit over de hoofden van andere reizigers en vragen voor hun beurt om drinken en brownies. Hoewel ze toch al duidelijk boven de twintig zijn doet de grap “stiekem op het service knopje van de rij voor je” het bijzonder goed. De stewardessen staan bij de cockpit driftig op elkaar in te spreken om toch vooral tot tien te tellen en blij te zijn met het feit dat deze vlucht maar 2,5 uur duurt en geen 18.

 

Het hotel

BAM! Opeens staan er 12 door elkaar kakelende Hollanders aan de balie. En het was zo rustig. De vissen die in het aquarium onder de balie wonen gaan van paniek als een idioot door elkaar zwemmen. “Ach”, denkt Alex terwijl hij zijn mouwen vast opstroopt, “ze zijn gewoon enthousiast dat ze er zijn.” Hij was er al van op de hoogte dat Nederlanders direct en to the point zijn, maar deze blijken ook nog eens veel te veeleisend. Elke kamer moet wifi hebben en omdat deze studenten ALLEMAAL een Macbook hebben heeft er niemand internet, want het netwerk werkt niet graag samen met appels. Al snel hebben de directe, veeleisende Nederlandse studenten alle internetkabels van het hotel in het bezit maar wat blijkt: nog niet genoeg. Alex is ondertussen een stuk minder mild gezind en zet Nederlandse studenten definitief bovenaan zijn lijstje irritante gasten. Waren er maar alleen maar Japanners, die knikken en lachen tenminste gewoon.

 

Het restaurant

La mama is een populaire restaurantketen in Roemenië met overwegend traditioneel Roemeens eten. Hoewel er wel op toeristen gerekend is met voldoende Engelse menukaarten is de kudde luidruchtige Nederlanders aan de lange tafel nu toch een uitzondering tussen de Roemeense stelletjes. Er wordt een Roemeens voorgerecht voor iedereen besteld en door velen ook een traditioneel Roemeens hoofdgerecht. Met de neuzen zowat in het bord wordt het eten bekeken, besnoven, uit elkaar getrokken en meestal geproefd. De Roemeense standaarduitdrukkingen als “noroc” (proost) en “pofta buna” (eet smakelijk) vliegen over tafel (of zeg gerust het hele terras) en hoewel het gezelschap al vrij aanwezig was toen het aanschoof: bij vertrek wordt pas duidelijk hoeveel decibel ze werkelijk kunnen produceren. De serveerster blijft vriendelijk glimlachen, maar het is de vraag hoe er in de keuken over “Tafel Nederland” wordt gesproken.

© 2011 Nieuws uit Roemenië Suffusion theme by Sayontan Sinha