Met mijn handen in mijn haar en mijn ogen psychopathisch gericht op de etalages van elke winkel waar ik langs heen loop, begin ik steeds meer te balen van het feit dat het kopen van souvenirs altijd uitstel tot de laatste dag. Ik laat alles door mijn handen glijden maar keur alles af omdat het niet goed genoeg is voor mijn loved ones at home. Dit is voor mij wederom een bevestiging dat er een hoop slecht aan de PR van dit land en deze stad, want aan souvenirs komen is hier even lastig als in Palestina een synagoge vinden.
Souvenir Paranoia
Van hypermodern winkelcentrum, tot een bejaardenmarkt in Constanta, tot Roma markt in het historisch centrum van Boekarest (Lipscan), om vervolgens door afgelegen steegjes te slenteren om ook maar iets te vinden dat de cultuur van het land omschrijft in een cadeau. Los van de traditionele kledingdracht of asbakken met de Roemeense vlag erop, zijn de Roemenen niet van winkeltjes die plat bombarderen met foei lelijke kitsch spulletjes die je nooit meer gebruikt maar hebt omdat je in dat land bent geweest. Om de een of andere reden koop ik in het buitenland, afgezien van London, nooit spullen voor mezelf. Ik kan zo fanatiek zijn in het kopen van presentjes voor familieleden en vrienden dat ik lijstjes kan maken met voor wie ik al iets gekocht heb en voor wie ik nog door het centrum van Boekarest moet rennen om ik per se iets moet hebben dat ik thuis cadeau kan geven. Vandaar “Houston, we have a problem.” In een afgelegen steegje in het historisch centrum van de stad loop ik tegen het winkeltje ‘Hippie Hippie Shake’ aan. Tot mijn vreugde vind ik leuke cadeaus voor een habbekrats! Ik kan wel huilen van geluk, tot ik besef dat ik nog twee cadeaus moet kopen. Shit.
Bijna hysterisch hobbel ik van winkel tot winkel de hele boel bij elkaar scheldend. Ik denk dat het bijna een verslaving is. Het dwangmatig op zoek zijn naar cadeaus waardoor je voor een paar seconde iemand blij kan maken. Vanaf twaalf uur (eerst naar Steau Boekarest op zoek naar een voetbalshirtje, die alleen te verkrijgen zijn in het museum bij het stadion, dat 6 dagen in de week gesloten is), tot en met 6 uur ben ik obsessief aan het ‘souvenirshoppen’ geweest. Bepakt, bezakt, afgepoeierd, maar tevreden als een junk die zojuist zijn heroïneshot heeft genomen, laat ik mij vallen in de stoel van een restaurant.
Nine days Romania
Negen dagen Boekarest. Van tijd tot tijd een strafkamp voor jongeren, andere keren het gevoel dat ik in een sterk onderontwikkeld bivakeer waar de mensen zwaar verbitterd zijn door de leef omstandigheden en het kleine beetje geld waar ze het in de maand van moeten doen. De gigantische contrasten zijn zo ontzettend verwarrend, dat elke keer wanneer je denkt een goed beeld te hebben van het land of de gemiddelde Roemeen je met de gedachte ‘what the fuck?’ met open mond naar een situatie staat te staren. Ik heb in de modder op een boerderij aan begin 1900 blauwbekkend staan luisteren naar een geschiedenisles in het Roemeens, omsingeld door boeren Roma’s die van geen enkele educatie hebben genoten en sinds het eind van het communistische regime niets meer hebben. Onder hen heerst de heimwee naar the Ceausescu-time. Ze hadden water, gas, verwarming, een dak boven hun hoofd, een auto, geld in hun zak en werk. Een paar dagen later sta ik in een gebouw te koekeloeren naar kanseliers die, mits verkocht, een heel dorp voor een jaar aan eten zouden kunnen voorzien. Het is of het een of het ander. Het lijkt me slim als de Roemeense overheid zich collectie achter de oren gaat krabben, elkaar aan kijken en net als ik vanmiddag tijdens mijn souvenircatastrofe, zeggen; “Houston, we have a problem” want een land met dusdanig veel potentie moet veel meer uit zichzelf kunnen halen.
Multumesc Romania! No rok! La revedere! Ta poep!

Recente reacties